Historie

In 1855 fuseerde de Amsterdamsche Roeivereeniging 'De Hoop‘ met de Amsterdamsche Kottervereeniging (opgericht 1825) en veranderde de naam in Amsterdamsche Roei- en Zeilvereeniging ‘De Hoop’. De kottervereniging had als doel om elk jaar de aanbouw van een zeilkotter te realiseren welke vervolgens na de grote jaarlijkse zeilwedstrijden onder de leden werd verloot. Dit nobele streven werd echter om financiële redenen niet lang volgehouden. De laatste kotter die gebouwd werd was ‘De Sperwer’ en kwam door de fusie in het bezit van de Hoop en heeft voor de vereniging tot 1862 mooie prijzen behaald. Een schaalmodel van de Sperwer bevindt zich in de ledensociëteit, tezamen met een afbeelding van de laatste schipper, Barent Ponstijn.

Over het zeilverleden van De Hoop in de eerste eeuw is betrekkelijk weinig bekend. Wel werd er met wherries (wedstrijd) gezeild in de wateren rondom Amsterdam. In de jaren 90 van de vorige eeuw werd het wherryzeilen weer nieuw leven ingeblazen door de Hoopleden Cor Splinter en Frans Göbel. Zij richtten een vereniging op tot behoud van de scheehouten wherry met een eigen werkplaats in Almere. Jaarlijks wordt er op de Spiegelpolderplas bij Nigtevecht gestreden om de felbegeerde wisselbokaal. De Hoop bezit 2 zeilwherries die gelegen zijn in Almere en waarmee door een vast team van De Hoop regelmatig  (wedstrijd) gezeild wordt.

In 1908 verkreeg De Hoop de koninklijke status. Het De Hoop-vaantje, de standaard en wimpel krijgen sindsdien de opgestikte gouden kroon, geflankeerd door de kleuren Amsterdams rood en zwart. In tegenstelling tot andere (geselecteerde) koninklijke zeilverenigingen draagt De Hoop geen kroon in de Hollandse driekleur. De zeilcommissaris heeft evenals alle overige leden van het bestuur een eigen De Hoop-standaard.