Op 5 september is Mia Schmitz-Gaarlandt begraven, 96 jaar oud. Ruim een maand daarvoor zat ze nog op het water. Mia was het oudste roeiende Hoop-lid, zoals ze in 1933 met zeventien jaar het jongste was. De leeftijdsgrens om lid te worden was toen achttien maar Mia mocht eerder toetreden om haar broers te kunnen sturen. Als klein meisje ging Mia op zondag wel met haar ouders en een oom in diens wherry roeien, peddelen en picknicken. Ze gingen dan naar de meertjes bij Weesp. Mia is gaan roeien door haar vader en haar broers. Ze was vooral voor meerdere mannenploegen een veel gevraagde, tengere stuurvrouw. Vrouwen roeiden in die tijd geen wedstrijden maar deden aan stijlroeien. De houding die ze daarbij leerde, hield ze tot het laatst vol. In de zestiger jaren verdween Mia een paar jaar van De Hoop toen ze met haar gezin in Zuid Afrika woonde. Bij terugkeer sloot ze zich aan bij de dinsdagdames. Als kind werd Mia als een krielkip in de boot geholpen en zo is ze ook geëindigd. De laatste vier, vijf jaar had ze zo haar eigen hulptroepen. Ze werd thuis opgehaald en weer teruggebracht, werd in en uit de boot geholpen en haar steeds ondieper wordende kolkjes werden door haar roeipartner gecompenseerd. Al die trappen naar de kleedkamer kon ze niet meer aan, maar ze had een nette jurk in haar tas en die trok ze over haar roeikleding aan en voila, ze was weer het dametje. Toen de fysiotherapeut Mia vroeg: ‘Roei jij nog?’ was haar antwoord: ‘Je zit toch?’ Mia mocht van haar schoonzoon niet in de boot als het onder de 10 graden was. Dan ging ze een beetje heen en weer karren op de machine – precies een half uur lang. Dit voorjaar stond ze in het Parool met een prachtige foto in roeikleding, genomen op het vlot van De Hoop. Kenmerkend voor haar was dat ze, toen ze naar aanleiding daarvan werd uitgenodigd voor De Wereld Draait Door, zei dat ze de eerste veertien dagen geen tijd had. Mia was altijd goed gemutst, een beetje broos en op het laatst wat doorschijnend. Soms vond ze iemand ongecorrigeerd, maar ze was nooit onaardig. Ze heeft de nodige tegenslagen gekend maar klaagde nooit. Huilen doe ik thuis wel in mijn eentje, was haar motto. Mia was bescheiden én assertief. Ze had een clan aan mensen om zich heen met wie ze de dingen deed waarin ze plezier had: roeien, zwemmen, bridgen, naar concert of theater gaan en lekker uit eten. Ze sprak met veel liefde over haar familie en met name haar klein- en achterkleinkinderen die oma vaak mee uit namen.
